Pedagogisch beleid

In het onderstaande pedagogisch beleidsplan lees je alles over onze visie op opvoeden, werkwijze en procedures. Het pedagogisch beleidsplan is ook te downloaden als pdf-bestand


Download hier als PDF
BSO Musica wil een fijne inspiratievolle plek zijn voor kinderen die uit school komen en vakantie hebben. Muziek, kunst en cultuur spelen bij ons een belangrijke rol. We willen kinderen, rust, ruimte, inspiratie, uitdaging en plezier bieden!
De pedagogisch medewerker staat bij ons centraal. Hij/zij is de kern van onze organisatie en heeft een grote invloed op de emotionele veiligheid (punt 3), de ontwikkeling van persoonlijke en sociale competenties (punt4) en de overdracht van normen en waarden (punt 5). De pedagogisch medewerker en dus haar pedagogisch handelen wordt op haar beurt weer beïnvloed door de vastgelegde werkwijze (punt 6), de ondersteuning door andere volwassenen (punt 7) en de achterwacht (punt 8). De pedagogisch medewerker is dus de spin in het web van ons pedagogisch beleidsplan.

3.1 Inleiding
Voor zowel kinderen als volwassenen is het belangrijk om zich emotioneel veilig te kunnen voelen. Bij kinderen heeft emotionele veiligheid een grote impact op de ontwikkeling. Een kind dat zich angstig of onzeker voelt, kan zich teruggetrokken, afhankelijk of juist agressief gaan opstellen. Daarnaast hebben dergelijke emoties een negatieve impact op het leervermogen en de natuurlijke nieuwsgierigheid van kinderen; de gedrevenheid om de wereld te ontdekken. Een kind dat zich veilig voelt, lekker in zijn/haar vel zit, heeft juist alle energie om de wereld te ontdekken en zichzelf te ontwikkelen en ontplooien. Het mag vanzelf spreken dat wij emotionele veiligheid daarom een heel belangrijk thema vinden.
Wij vinden het erg belangrijk dat ook onze medewerkers zich veilig voelen en lekker in hun vel zitten. Als een medewerker zich goed voelt zal hij open staan voor de kinderen, goed doordacht kunnen handelen, beter in staat zijn om oplossingen te bedenken voor problemen en flexibel kunnen reageren op onverwachte gebeurtenissen. Hoe het met de medewerker gaat zal zich direct vertalen naar het vermogen van de pedagogisch medewerker om de fysieke- en emotionele veiligheid van kinderen te waarborgen.

3.2 Hoe waarborgt de organisatie emotionele veiligheid van de medewerker?
Dagelijks vindt voorafgaand én na afloop van de opvangtijd een overleg plaats van 10 tot 15 minuten. Tijdens het eerste overleg van de dag evalueren we regelmatig of er zaken zijn waar de medewerker tegenaan loopt in het werk en waarin ze zichzelf verder wil ontwikkelen. We houden daarnaast functioneringsgesprekken waarbij dieper kan worden ingegaan op de kwaliteiten en behoeften van de medewerker.
Verder is vrijwel altijd een van de eigenaars aanwezig op de locatie om de Pedagogisch Medewerker te ondersteunen bij activiteiten en de dagelijkse gang van zaken. Hierdoor hopen we op een goed contact met de medewerker en goed in te kunnen spelen op haar behoeften, zodat de medewerker weer goed kan inspelen op de behoefte van de kinderen.

3.3 Hoe waarborgen de medewerkers de emotionele veiligheid van de kinderen?
Het aanbrengen van een duidelijke structuur in de dag met ingebouwde routines geeft de kinderen een vertrouwd gevoel en geeft hen grip op de dag. De houding van de pedagogisch medewerker is vriendelijk, open, geduldig en begripvol. Ze luistert geïnteresseerd naar de verhalen en belevenissen van de kinderen. Gevoelens mogen er zijn. De medewerker helpt de kinderen om deze gevoelen op een sociaal acceptabele wijze te uiten. Er wordt gelachen en plezier gemaakt. Nieuwe kinderen in de groep krijgen extra aandacht en begeleiding van de medewerker. Kinderen mogen wanneer ze dat fijn vinden een knuffel of iets anders vertrouwds meenemen van thuis.

Er zijn groepsregels die voor iedereen gelden. Deze regels worden regelmatig met de kinderen besproken. De medewerkers zijn alert op signalen van pesten. Er wordt regelmatig in de groep besproken hoe we met elkaar omgaan en wat het verschil is tussen pesten en plagen. Ongewenst gedrag wordt gecorrigeerd en bij het oplossen van conflicten ligt de nadruk op wederzijds begrip.
We gaan er vanuit dat kinderen van goede wil zijn. Als er ongewenst gedrag plaatsvindt in groepssetting zullen we dit in eerste instantie proberen toe corrigeren door het gewenste gedrag te belonen bij een ander of door een non-verbale correctie. Als dit niet werkt zullen we aan het kind benoemen welk gedrag we graag willen zien. Wanneer dit geef effect heeft zullen we het kind even apart nemen om over het gedrag te praten. Hierbij staat wederzijds begrip voorop. Het teamlid luistert en accepteert de gevoelens en gedachten van het kind en omgekeerd. Hierna wordt gezocht naar een oplossing. Bij ongewenst gedrag dat niet in groepssetting plaatsvindt wordt de eerste stap overgeslagen.

4.1 Persoonlijke competenties
Met persoonlijke competenties worden de eigen vaardigheden van het kind bedoeld. Voorbeelden van persoonlijke kenmerken, volgens Marianne Riksen-Walraven, (voormalig hoogleraar Pedagogiek voor de Kinderopvang, UvA), zijn flexibiliteit, zelfstandigheid, zelfvertrouwen, creativiteit en veerkracht. Deze eigenschappen bepalen hoe je omgaat met problemen en veranderende omstandigheden. Met deze vaardigheden ontwikkelen we het vermogen om ons aan te passen aan omstandigheden en oplossingen te vinden voor mogelijke problemen.
Flexibiliteit en veerkracht zijn eigenschappen die vooral tot uiting komen en ontwikkeld kunnen worden wanneer zich onverwachte situaties voordoen. Deze eigenschappen hebben sterk te maken met het vermogen om je aan te passen en oplossingen te bedenken. De medewerkers stimuleren de ontwikkeling van deze eigenschappen bij het kind door feedback te geven in situaties waarin een beroep wordt gedaan op de flexibiliteit en veerkracht. Er wordt benoemd wat het probleem was of de onverwachte omstandigheid en hoe het kind daarmee is omgegaan. Hierdoor krijgt het kind taal en inzicht die hij bij een volgende situatie weer kan gebruiken.
Zelfvertrouwen en zelfstandigheid hangen ook erg met elkaar samen. Als de zelfstandigheid groeit, groeit vaak ook het zelfvertrouwen en omgekeerd. Zelfvertrouwen en zelfstandigheid wordt gestimuleerd door kinderen dingen zelf te laten doen. Enkele voorbeelden zijn: veters strikken, fruit en groeten wassen en snijden, zelf een probleem oplossen. Zelfvertrouwen en zelfstandigheid hebben ook te maken met zelfinzicht. De kinderen leren waar hun grenzen liggen, waar ze goed in zijn, wat ze al wel kunnen en nog niet kunnen. Het woordje ‘nog’ vinden wij hierbij erg belangrijk. Als kinderen iets proberen en in moedeloosheid zeggen: “ik kan het niet”, zeggen wij “je kan het nóg niet”. Kinderen mogen fouten maken en opnieuw proberen. Dit geeft hen het vertrouwen dat ze kunnen bereiken waar ze hun zinnen opzetten.

4.2 Sociale competenties
De Buitenschoolse Opvang is een uitgelezen kans voor kinderen om te oefenen in hun sociale vaardigheden. Als kinderen binnenkomen bij de BSO moeten ze anderen leren kennen, leren delen en samenspelen met deze kinderen. Ze leren zich te gedragen volgens de regels van de BSO en de normen binnen de groep. Ze leren hun emoties en belevenissen te delen bij elkaar en de medewerkers. Ze leren hulp vragen en hulp geven, voor zichzelf opkomen en compromissen sluiten. Ze leren te volgen en te leiden tijdens hun spel en tijdens de dagelijkse gang van zaken op de BSO. Kortom: de BSO is een plaats waarin bijna alles wat er gebeurt, van samen fruit eten tot knutselmateriaal delen, een beroep doet op de sociale vaardigheden en de ontwikkeling ervan.

4.3 Positief benoemen van gedrag
Wij geloven erin dat het benoemen van deze competenties wanneer we ze zien een extra impuls kan geven aan de ontwikkeling ervan. We streven ernaar sociale en persoonlijke competenties zoveel mogelijk te herkennen en positief te belonen met feedback.

De kinderen die hier opgroeien willen we opvoeden tot volwassenen die hun weg kunnen vinden in de (Nederlandse) maatschappij. We hopen hen waarden en normen mee te geven, waardoor ze zich in de samenleving kunnen redden. Een toekomst waarin ze zich sociaal geaccepteerd voelen, persoonlijke doelen kunnen nastreven en waarbij ze in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien.
Waarden liggen ten grondslag aan de normen die we hebben. De waarden zijn de idealen die we vertalen in normen: regels en concreet gedrag. Waarden en normen draag je vooral over door voor te leven. Een kind neemt bijna als vanzelf de waarden van zijn opvoeder over. De pedagogisch medewerker heeft hierin dus een voorbeeldfunctie. Belangrijke waarden die wij bij de BSO proberen uit te dragen zijn:
Sociaal: door gezelligheid, samendoen en écht luisteren naar onszelf en elkaar (zelfinzicht en inzicht in elkaar) leren we kinderen verder te kijken dan dat wat je direct ziet. Oordelen worden nog even opgeschort en zowel je eigen gevoelens en intenties als ook die van de ander worden onderzocht. Hiermee leer je echt samen te leven i.p.v. naast elkaar te leven.
Zelfontplooiing: creativiteit, nieuwsgierigheid en enthousiasme leiden tot spel en ontwikkeling. Wat is er leuker dan een leven vol leren. Creatieve en nieuwsgierige mensen zullen uitdagingen en problemen kunnen zien als een mooie kans om dingen te leren!
Zelfinzicht en zelfvertrouwen: het kennen van je eigen emoties en behoeften zorgt ervoor dat je goed voor jezelf kunt zorgen en je eigen grenzen goed kunt bewaken. Als je goed voor jezelf kunt zorgen en goed naar jezelf kunt luisteren, kun je ook makkelijker naar een ander luisteren en voor een ander zorgen! Zelfinzicht is ook het in kunnen schatten wat je wel en nog niet kan. Met zelfvertrouwen durf je deze kwaliteiten ook te gebruiken wanneer de kans zich voordoet en durf je je verder te ontwikkelen.
6.1 De opvang bij BSO Musica
Naschoolse opvang
In principe bieden wij alleen naschoolse opvang. Als blijkt dat er behoefte is aan voorschoolse of tussen-schoolse opvang kunnen ouders dit aangeven. Wij zullen dan kijken naar de mogelijkheid om dit te realiseren.

De stamgroep
Bij de start van onze BSO zullen we slechts 1 groep hebben met max. 10 kinderen en een vaste pedagogisch medewerker. Ook de eigenaren zullen het grootste deel van de tijd aanwezig zijn om te ondersteunen en om extra aandacht voor de kinderen te hebben. Bij groei zullen we 2 groepen van max. 10 kinderen vormen die elk hun eigen stamlokaal hebben en hun eigen vaste pedagogisch medewerker. In de tussenfase kan er tijdelijk een stamgroep zijn van 10-15 kinderen met 2 pedagogisch medewerkers. Een van de eigenaren is vrijwel altijd aanwezig op de locatie voor het geven van extra ondersteuning aan de pedagogisch medewerkers en om extra aandacht te kunnen geven aan de kinderen door middel van activiteiten in kleinere groepjes.

Eetmomenten
Bij binnenkomst wordt er gegeten in de foyer op de begane grond van het CKC. De lunch (op woensdag en vrijdag) wordt door de ouders/verzorgers aan de kinderen meegegeven. Wij vragen ouders/verzorgers een gezonde lunch mee te geven. Als snack (rond 15.30) delen we fruit en groente rond. De kinderen nemen zelf een fles of beker met water mee, die ze zelf bij kunnen vullen.
Muziek en creativiteit
Wij vinden het belangrijk dat de kinderen hun creatieve kant naar hartenlust kunnen ontwikkelen. Naast het gewone binnen- en buiten speelgoed zijn er zeer veel uitdagende, creatieve en muzikale materialen aanwezig op de BSO. De kinderen kunnen zich uitleven op digitale piano’s en een digitaal drumstel. Er zijn verschillende soorten gitaren aanwezig en daarnaast boomwackers en een uitgebreid Orff instrumentarium. In de routine van de dag is zingen een vast onderdeel. Er worden muzikale activiteiten georganiseerd van ‘muziekquiz’ tot djembéworkshop. Naast het muzikale aspect van onze BSO vinden wij het ook belangrijk dat andere disciplines uit de kunst- en cultuursector bij ons aan bod komen. Er zijn ideeënboeken waarin de kinderen worden uitgedaagd om creatief met materiaal om te gaan en kunst te maken (en uiteraard voldoende en gevarieerd materiaal om mee te werken). Er is leesmateriaal, van prentenboek tot gedichtenbundels. Regelmatig zullen we activiteiten, workshops of cursussen organiseren die te maken hebben met dans, theater, kunst, circus en beeldkunst (foto en film).
Buiten de vaste eetmomenten kunnen de kinderen op de BSO hun eigen gang gaan. Ze kunnen meedoen aan workshops, spelen met het aanwezige instrumentarium en materiaal, lezen in de boekenhoek, naar buiten gaan, met een groepje een dans verzinnen, een bordspel doen enz. Ook is er de gelegenheid om je even terug te trekken op een rustige plek om huiswerk te maken. Wij stimuleren de kinderen om creatief samen te zijn. Op onze BSO hebben we bewust geen ‘schermpjes’, tenzij die een creatief of informatief doel dienen. Een beetje verveling af en toe stimuleert volgens ons het creatief denken.

Activiteiten
De kinderen kunnen na overleg uit hun stamgroep of stamlokaal wanneer ze meedoen aan een workshop, buiten willen spelen of een activiteit willen doen met iemand uit de andere groep. Hierbij blijft de BKR (beroepskracht-kindratio) van 1 op 10 gehandhaafd. We streven er naar (door het aanwezig zijn van de eigenaren ter ondersteuning) een leidster-kind ratio te realiseren van ca. 1 op 5 à 6. Hierdoor kunnen wij de kinderen meer (individuele) aandacht geven. Ook kunnen wij door de extra handen de kinderen extra muzikale begeleiding geven en extra muzikale activiteiten aanbieden.

Buitenspelen
Wij vinden het belangrijk dat kinderen regelmatig in de buitenlucht zijn. Tijdens de BSO-tijd kan er op verschillende plekken buiten gespeeld worden. Sommigen kinderen mogen zelfstandig buiten spelen. Hierover worden met ouder/verzorger en kind afspraken gemaakt die in het zelfstandigheidscontract. komen te staan. Kinderen zonder dit contract mogen alleen naar buiten onder toezicht van een pedagogisch medewerker.
In vakanties letten wij er extra op dat de kinderen voldoende buiten zijn en gaan we minimaal een uur met de kinderen naar buiten als het weer dit toestaat.

Verjaardagen, vakanties en feest
Als een kind jarig is wordt daar altijd aandacht aan besteed. Het kind staat even in het middelpunt van de aandacht. Hij mag iets vertellen over zijn dag en er worden liedjes voor hem gezongen. Daarna mag er getrakteerd worden. Dit is niet verplicht. Wij vragen aan ouders/verzorgers wel om de eventuele traktatie zo gezond mogelijk te maken. Zie hierover het kopje gezonde voeding onder: 6.2 – praktische zaken.

De laatste week voor elke schoolvakantie organiseren we het Open Podium. De kinderen kunnen hier hun talenten laten bewonderen door ouders/verzorgers, broertjes en zusjes en andere geïnteresseerden. De kinderen zijn vrij in wat ze op het open podium willen presenteren. Naast ‘acts’ kunnen ook gemaakte kunstwerken, verhalen, gedichten enz. tentoon worden gesteld.
In de herfstvakantie, voorjaarsvakantie en eventueel de meivakantie organiseren wij het VakantieFestijn. Dit betekend dat er dagelijks tussen 11:00 uur en 15.00 uur extra leuke activiteiten en workshops worden georganiseerd waar ook kinderen van buiten de BSO aan kunnen deelnemen.

6.2 Praktische zaken

Van school naar BSO
Tijdens schoolweken worden de meeste kinderen door een medewerker van school gehaald. Met de school wordt afgesproken welke kinderen uit de klas worden opgehaald door de medewerker en welke kinderen op een afgesproken plaats op het schoolplein verzamelen. De medewerker heeft een actuele lijst met de kinderen die opgehaald moeten worden. De medewerker begroet het kind door het geven van een hand of high five en streept de naam van het kind af op de lijst.
Sommigen kinderen komen zelfstandig naar de BSO of worden (wegens schoolafstand) gebracht door een andere ouder. Hierover worden duidelijke afspraken gemaakt met de ouders/verzorgers en het kind en dit wordt vastgelegd in een zelfstandigheidscontract of vervoerscontract.
Tijdens vakantieweken worden de kinderen door de ouders/verzorgers naar de BSO gebracht.

Gezonde voeding
Gezonde voeding op vaste eetmomenten is belangrijk om lekker in je vel te zitten. Op de lange dagen (woensdag en evt. de vrijdag) lunchen we met de kinderen en in de middag is er een fruit- en groentemoment. Mochten de kinderen tussendoor honger hebben, dan kunnen ze nog een stuk fruit of groente eten. Kinderen hebben hun eigen afsluitbare waterfles en zijn vrij om daar op elk gewenst moment uit te drinken.
Teveel zout, vet en suiker is niet goed. Vanuit de wetenschap komt nu steeds duidelijker het beeld naar voren dat geraffineerde suikers schadelijk kunnen zijn voor de kinderen. Geraffineerde suikers zijn alle suikers die door de fabriek ergens uitgehaald/bewerkt zijn (en vervolgens weer ergens ingestopt). Geraffineerde suikers zitten bijvoorbeeld in snoep en chips, maar ook de suikers in bijvoorbeeld sinaasappelsap tellen als geraffineerde suikers, vanwege het bewerkingsproces. Daarom willen wij op de BSO consumptie van geraffineerde suikers in de dagelijkse gang van zaken minimaliseren. Ook met zout en vet zijn we terughoudend. Bij bijzondere gelegenheden kan wel af en toe een uitzondering worden gemaakt.

Ophalen
De kinderen worden opgehaald door de ouders/verzorgers. Wij vinden het fijn om met ouders/verzorgers op dat moment even bij te praten over hoe de dag gegaan is en informatie met elkaar uit te wisselen. Als iemand anders dan de ouders/verzorgers het kind komt halen dient dit van tevoren door een ouder/verzorger aangegeven te worden. Is dit niet gebeurd, dan zoekt de medewerker (telefonisch) contact met de ouders/verzorgers voor zij het kind aan deze persoon meegeeft. Als de verantwoordelijke medewerker deze persoon nog niet eerder ontmoet heeft vragen wij, om veiligheidsredenen, bij het ophalen om een legitimatiebewijs te laten zien. Sommige kinderen mogen zelfstandig naar huis. Hierover worden van tevoren duidelijke afspraken gemaakt die worden vastgelegd in een zelfstandigheidscontract of vervoerscontract.

Vriendjes en vriendinnetjes
De kinderen op de BSO (zeker de kinderen die meerdere dagen per week bij de BSO zijn) moeten, net als andere kinderen, in staat gesteld worden om met vriendjes en vriendinnetjes samen te spelen. Er zijn echter wel voorwaarden. De pedagogisch medewerker heeft hierin altijd het laatste woord.
– De afspraak moet min. 1 werkdag van tevoren door een ouder/verzorger met de medewerker overlegd worden.
– Er mag slechts één vriendje/vriendinnetje per keer meegenomen worden.
– De wettelijke beroepskracht/kind ratio mag hierdoor niet worden overschreden.
– Gegevens ouders/verzorgers van het vriendje/vriendinnetje moeten bij medewerker bekend zijn, voor het geval zich calamiteiten voordoen.
– Er wordt afgesproken hoe en hoe laat het vriendje/vriendinnetje naar huis gaat.
– Het spelen mag geen structurele aard krijgen.
– De pedagogisch medewerker heeft altijd het laatste woord. De beslissing is afhankelijk van haar eigen oordeel.
Tijdens schoolweken worden er geen kosten in rekening gebracht voor meekomende vriendjes/vriendinnetjes (mits niet structureel van aard).
Tijdens vakantieweken gelden aparte regels. Hiernaar kan bij de leiding worden geïnformeerd.

Personeel
Wij werken met een klein team van eigenaren + medewerker(s) en kleine groepen kinderen. Dit doen we bewust. We willen graag dat het team en de kinderen elkaar goed kennen. Wij vinden de persoonlijke band tussen opvoeder en kind en tussen kinderen onderling van grote waarde. De eigenaren en medewerker(s) voldoen aan de wettelijke kwalificatie-eisen voor werken in de kinderopvang. We zijn dus opgeleid en bezitten over een actuele VOG (verklaring omtrent gedrag). Tevens staan we ingeschreven in het personenregister. Alle medewerkers zijn in het bezit van een actueel EHBO-certificaat.

Veiligheid
Wij letten voortdurend op de veiligheid van de kinderen. Het lokaal voldoet aan de veiligheidseisen van de GGD en het team let voortdurend op mogelijkheden om de veiligheid te verbeteren. Het lokaal is schoon en hygiënisch. Er zitten raampjes in de deuren en we hanteren een open-deuren-beleid. Dit betekent dat andere volwassenen op elk moment binnen kunnen lopen. Het team is alert op signalen van kindermishandeling en hanteert het protocol kindermishandeling. Tweemaal per jaar houden wij een brandoefening. Het team is goed op de hoogte van ons calamiteitenplan en oefent hier regelmatig mee, zodat het team goed en snel kan handelen wanneer dit nodig is.

Ziekte en ongevallen
Als kinderen ziek zijn is het belangrijk dat ze in hun eigen vertrouwde thuisomgeving zijn. Het spreekt van zelf dat zieke kinderen niet naar de BSO komen. Als een kind tijdens de BSO ziek wordt zullen wij in overleg met de ouders een inschatting maken van wat het beste is voor het kind. Als het kind te ziek is om te blijven dienen de ouders het kind zo spoedig mogelijk op te halen.
Indien er een ongeval plaatsvindt op de BSO zullen wij EHBO toepassen en indien nodig met het kind naar het ziekhuis gaan. Bij milde ongevallen (bijvoorbeeld een geschaafde knie of een blauwe plek) zullen wij u hierover bij het ophalen informeren. Is het letsel ernstiger dan zullen wij direct contact met u opnemen. Indien een kind naar het ziekenhuis of arts moet zal een teamlid met het kind meegaan en wordt aan de ouders gevraagd zo spoedig mogelijk naar het ziekenhuis of de arts te komen.

Diëten en medicijngebruik
Indien uw kind een bepaald dieet heeft, medicijnen gebruikt of andere medische zorg nodig heeft dient de ouder/verzorger dit bij het intakegesprek aan te geven. In principe kunnen wij kinderen gewoon opvangen en maken we gebruik van het formulier medicijngebruik en het formulier bijzonderheden voeding. Als uw kind intensieve zorg nodig heeft, bekijken we in het team of we de mogelijkheden hebben of kunnen creëren om dit kind goed op te vangen en de zorg en begeleiding te geven die het nodig heeft.

Ongewenst gedrag
Ouders/verzorgers dienen bij het intakegesprek aan te geven als het kind gedragsproblemen vertoont thuis of op school en dienen ons te informeren over belangrijke ontwikkelingen aangaande dit probleem. Als zich op de BSO gedragsproblemen ontwikkelen melden wij dit aan ouders/verzorgers. Wij vinden het zeer belangrijk dat de aanpak van thuis, school en BSO zoveel mogelijk bij elkaar aansluit. Ouders en team blijven dus met elkaar in overleg over hoe we de beste begeleiding kunnen bieden aan het kind. Eventueel kunnen er extra overlegmomenten met elkaar worden ingepland, gerichte observaties worden gedaan of kan externe begeleiding worden ingeroepen.

Privacy
Bij inschrijving verzamelen wij privacygevoelige gegevens over uw gezin en uw kind. Wij gaan zorgvuldig met deze gegevens om. De gegevens worden opgeslagen in ons boekhoudprogramma dat goed beveiligd is met een wachtwoord. Teamleden zorgen ervoor dat deze wachtwoorden niet in hun apparaten worden opgeslagen.

Inschrijving, wijzigingen en uitschrijving
Bij inschrijving vindt er een intakegesprek plaats. Na inschrijving kan er (indien plaats) direct worden opgevangen. Soms kunnen zich tijdens de contractperiode wijzingen voordoen zoals wisseling van opvangdag of het afnemen van meer of mindere dagen. In dat geval kunt u hierover overleggen met één van de eigenaren en samen een gewijzigd contract opstellen. Het gewijzigde contract gaat in op de gewenste datum of per direct indien er meer opvang gewenst is of er een wisseling van opvangdag is. Het gewijzigde contract gaat in per dezelfde datum van de volgende maand indien er sprake is van een vermindering van opvanguren. Uitschrijving gaat ook in per dezelfde datum van de volgende maand. Voorbeeld: u heeft op 4 mei aangegeven te willen uitschrijven. De uitschrijving gaat in per 4 juni. U kunt altijd in overleg incidentele extra opvang afnemen. Deze opvanguren worden apart gefactureerd.

Betalingsvoorwaarden
De betaling geschied vooraf op de 1e van de maand per incasso. Indien u liever achteraf betaalt of liever niet via incasso betaalt kunt u hierover in overleg met een van de eigenaren. Als het contract ingaat of afloopt op een andere datum dan de 1e van de maand betaalt u voor het daadwerkelijk aantal dagen in die maand.
U bent zelf verantwoordelijk voor het aanvragen van de kinderopvangtoeslag. Eens per jaar krijgt u van ons een urenoverzicht dat u kunt overleggen aan de belastingdienst.

6.3 Oudercontact
Wij vinden het contact met ouders/verzorgers erg belangrijk. Bij ophalen wordt er altijd met ouders even nabesproken hoe de dag is geweest. Ouders en teamleden hebben hier de mogelijkheid om belangrijke zaken aangaande het kind met elkaar te bespreken.

10-minutengesprek
Elk halfjaar organiseren we 10-minuten gesprekken met de ouders. Dit is een mooie gelegenheid om in alle rust iets uitgebreider dan normaal met elkaar te spreken. Als dit gewenst is kan er natuurlijk vaker dan eens per halfjaar een gepland gesprek plaatsvinden.

Open Podium
Ook houden wij in de laatste week voor de vakanties ‘Open Podium’. Dit is een gelegenheid voor ouders en medewerkers om elkaar op meer informele wijze te leren kennen.

Bereikbaarheid ouders
Ouders dienen tijdens opvangtijden van het kind bereikbaar te zijn in geval van ziekte of calamiteiten. Indien de ouder(s) niet bereikbaar kunnen zijn dienen zij een contactpersoon aan te wijzen die in hun plaats bereikbaar is en het kind eventueel kan ophalen bij ziekte.

Oudercommissie
Wij vinden het belangrijk dat ouders meepraten, meedenken en meebeslissen over praktische en pedagogische zaken binnen de BSO. De oudercommissie bestaat uit 2 tot 7 ouders. Er mag slechts 1 ouder per gezin deelnemen aan de oudercommissie. Als oudercommissie kunt u voorstellen doen aan het team en zullen wij veranderingen binnen de BSO of het pedagogisch beleid eerst aan u voorleggen. Wilt u in de oudercommissie? Neem dan contact op met Bart of Shirley de Jong.

Klachten
We staan open voor klachten, kritiek en feedback. Bespreek uw klacht eerst met de Pedagogisch Medewerker op de groep van uw kind. Eventueel kan er een contactmoment gepland worden om de klacht verder te bespreken. Als u zich hier echter niet comfortabel bij voelt kunt u ook uw klacht naar ons mailen: info@bso-musica.nl. Wij zullen dan contact zoeken met u. We gaan er vanuit dat we samen een oplossing kunnen vinden voor uw klacht. Mocht dit echter toch niet het geval zijn kunt u gebruikmaken van de onafhankelijke klachtenprocedure.

De kinderen zullen naast het vaste team van BSO Musica ook te maken krijgen met andere volwassenen. Zo zullen er workshops en activiteiten gegeven worden door derden. Wij zorgen ervoor dat deze volwassenen een VOG (verklaring omtrent gedrag) hebben en houden tevens altijd toezicht op hun werkzaamheden.
Het kan incidenteel voorkomen (bijvoorbeeld in vakanties) dat er slechts 1 teamlid op de BSO aanwezig is. Er is dan altijd een achterwacht beschikbaar die direct te bereiken is per telefoon. Indien er zich noodgevallen voordoen kan die persoon binnen en kwartier op de locatie aanwezig zijn.